Doorgaan naar hoofdcontent

Iraniërs verlaten de islam in Nederland

Een opmerkelijk ontwikkeling onder de Iraniërs in Nederland vindt plaats. Diverse bronnen komen met schattingen dat een aanzienlijk percentage van de Iraniërs in Nederland zich geen moslim voelt. Een substantieel deel van hen bekeert zich tot het christendom. In dit artikel wordt ingegaan op de overwegingen van deze moslims om de islam te verruilen voor het christendom.

Aantallen
Nagenoeg alle Iraniërs in Nederland zijn sji’itische moslims die asiel aanvragen. Medewerkers van asielzoekerscentra constateren dat verhoudingsgewijs meer Iraniërs zich bekeren tot het christendom dan andere moslims in de asielopvang.
Inleidende onderzoeken bij dit onderzoek die met behulp van de zoekmachine Google en de krantendatabase Lexis Nexis, Academic NL zijn uitgevoerd, wijzen uit dat de Nederlandse media meer aandacht besteden aan Iraanse asielzoekers die christen worden dan andere groepen moslims in de asielopvang.
Pogingen om de aantallen Iraanse christenen in Nederland in kaart te brengen, zijn gebaseerd op schattingen. Zoals die van het Katholieke Kaski, het expertisecentrum over religie en samenleving, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Vereniging voor beleidsonderzoek. In 2004 schat dit instituut dat van de 28.000 Iraniërs woonachtig in Nederland, 75 procent, dus ongeveer 21.000 christen is. Navraag bij de onderzoekers wijst uit dat het hen onbekend is, hoeveel van deze mensen zich bekeerd hebben in Nederland. In hetzelfde jaar beweert het CBS dat het merendeel van de Iraniërs in Nederland geen godsdienst aanhangt. Deze schattingen worden niet gestaafd door cijfers of percentages. In 2007 geeft het CBS in een onderzoek aan dat 60 procent van de Iraniërs in Nederland beweerd dat ze geen Moslims zijn.
Op basis van deze inleidende observaties, onderzoeken en schattingen van het Kaski en CBS kan voorzichtig worden geconcludeerd dat verhoudingsgewijs Iraanse asielzoekers zich in grotere getallen dan andere moslimse asielzoekers bekeren tot het christendom.
Hoewel het interessant is maar op dit moment onmogelijk om deze conclusie statistisch en wetenschappelijk te onderbouwen, zijn de Iraanse bekeringsverhalen mogelijk interessanter. Hierin komen de bekeringsmotieven naar boven die inzicht geven in de beslissingen van Iraniërs in Nederland om christen te worden en zich af te keren van de islam.
Voor dit onderzoek zijn veertien Iraanse bekeerlingen geïnterviewd met inachtneming van het gevaar van subjectiviteit en holisme dat inherent is aan dit soort kwalitatief onderzoek. Geïnterviewden kunnen een gewenst geacht verhaal te berde brengen en willen dat het verhaal klopt. De eerdere en latere ervaringen kunnen door elkaar worden verweven tot een ideaal postopgebouwd narratief. Gezien de omvang van het aantal interviews, is een eerste verkenning van dit onderwerp het doel van deze gesprekken. Overigens, geen van de geïnterviewden heeft gesproken over de rooms katholieke kerk, die niet erg actief op dit vlak lijkt te zijn. Met christenen en christendom wordt in dit onderzoek de protestante tak bedoeld.
 

Crises en teleurstelling
De geïnterviewde Iraniërs geven aan dat ze kampen met psychische, economische en asielgerelateerde crises. De oorzaak hiervan is de onzekere toekomst in Nederland en het wegvallen van de thuiscultuur. Doordat ze te maken krijgen met nieuwe leefcondities, gewoonten en gebruiken, komt er een proces op gang waarin de core mythen, symbolen en rituelen onder druk komen te staan en opnieuw gestalte moeten krijgen. Hierdoor komt de doelgroep tot een revitaliserende blik ten aanzien van henzelf die moet leiden tot het kunnen omgaan, coping,  met de nieuwe situatie. Crises kunnen leiden tot religieuze conversies en vormen een belangrijke voedingsbodem van de Iraanse bekeringen.
In de ruim dertig jaar tussen de Iraanse revolutie van 1979 tot op heden is een ware exodus vanuit Iran op gang gekomen. De bijna 35.000 Iraniërs die uitgeweken zijn naar Nederland en de diaspora van 4.5 miljoen Iraniërs naar alle hoeken van de wereld, laten zien dat veel Iraniërs de revolutie als een mislukking beschouwen. Dit falen wordt gezien als een falen van de islam. De geïnterviewden geven dat expliciet aan.
De crisissituaties zijn valide voor de meerderheid van de asielzoekers. De teleurstelling in de revolutie geeft deze religieuze conversies een specifiek Iraanse karakter.
Sayyid Jamal al-Din al-Afghani (1838 – 97) beschuldigde in zijn tijd de ulama ervan dat zij verantwoordelijk waren voor het verval van de islam. In zijn rationele en sociaal solidaire aanpak, zag hij de islam als een geloof in de rede, vooruitgang en samenleven, in plaats van religieuze doctrines. Al-Afghani streefde naar een islamitische reformatie vergelijkbaar met de protestante tegenhanger. Het gedachtegoed van al-Afghani is populair in Iran en werd gebruikt in de advent van de revolutie. In deze opkomst vervulde de socioloog en ideoloog Ali Shariati eveneens een grote rol. Hij nam het de toenmalige ulama kwalijk dat ze de reformistische gedachte van Al-Afghani niet continueerden. Shariati beschuldigde hen ervan dat ze actieve leden van de heersende klasse waren geworden. Ook hij zag de protestante revolutie als modelreformisme, in de zin dat hij de orthodoxe islam propageerde, tegen de heersende clerus en hun goddelijke status gekant was, gelijkheid voor ieder nastreefde en de poorten van de interpretatie van de Koran, ijtihad, wilde openen.
Na de revolutie verwierven de ulama de politieke macht. Huidige Iraanse intellectuelen als Hashem Aghajari en Abdolkarim Soroush gebruiken het gedachtegoed van Al-Afghani om de huidige machthebbers te bekritiseren. Soroush voorspelde dat compromissen en hypocrisie van de politiek en religie de islam in diskrediet zullen brengen en het geloof zouden vervreemden van de Iraanse jeugd.
En dat is wat er gebeurt, de ulama, of de islam wordt verantwoordelijk gehouden voor het gevoelde falen van de revolutie. In de interviews geven de bekeerlingen aan dat geweldsexcessen die ze hebben ervaren maar ook de sociale, economische en politieke problemen van het land, de schuld zijn van een falende islam. Veel Iraniërs zijn jonger dan dertig jaar, hebben weinig affiniteit met de revolutie, zijn goed opgeleid, bekend met de nieuwe media en hebben het vermogen om kritisch te zijn op hun machthebbers. Veel van hen staan open voor veranderingen zoals bleek tijdens de demonstraties na de controversiële herverkiezing van conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad in 2009.
Het christendom lijkt voor een deel van hen een alternatief te bieden. Geheime kerken worden in Iran gesticht. Het open staan voor alternatieven is eveneens een gedachte die leeft onder de Iraniërs in Nederland. Op veilige afstand van het regime, komen ze in aanraking met een evangelisch netwerk waarbinnen anti-islamitische gevoelens hun uitlaat kunnen vinden. Spellman (2004): Evangelical religion represents an advanced form of social differentiation and can operate best where hitherto monopolistic systems are disintegrating. Once monopolies begin to crack and to lose contact with the core structures of society, evangelical Christianity can emerge to compete within the sphere of culture”.  

Nederland evangelisatieland
Vooral vertegenwoordigers van de evangelisatiekerken spelen hier op in. Hun rol bij de bekeringen is van vitaal belang. Zij functioneren binnen een goed georganiseerde structuur om Iraniërs met het christendom in aanraking te laten komen. Veel Iraniërs worden in asielzoekerscentra door christelijke vertegenwoordigers, evangelisten, bezocht. Vaak vergezeld door Iraanse bekeerlingen die fungeren als tolken en als goede ‘voorbeelden’ van bekering.
Ook christelijke zendingsorganisaties zijn actief. Stichting Gave heeft als doel alle moslims in asielzoekerscentra bekend te maken met het christendom. Hun leden bezoeken Iraniërs en bieden hulp bij de praktische, pastorale en spirituele nood. Zij organiseren bijbellessen, ontspanningsactiviteiten, kledingbeurzen en soms onderdak voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De stichting werkt samen met andere zendingsorganisaties zoals Stichting Evangelie en Moslims en Open Doors. De stichtingen werken samen met de lokale kerken om de Iraniërs te bereiken.
Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor de enige Iraanse kerkgemeente die Nederland rijk is, de Kores Kerk. Deze kerk geniet grote bekendheid bij Iraanse christenen in Nederland. De helft van de geïnterviewden is hier gedoopt. De voorganger verklaart dat hij meer dan 1000 Iraniërs heeft gedoopt. Deze gemeente ondersteunt landgenoten in Nederland en organiseert iedere twee weken een laagdrempelige Iraans-Nederlandse dienst. De tweetalige bijeenkomsten komen overigens bij meerdere lokale gemeenten voor.
Al deze contacten moeten in de christelijke optiek idealiter leiden tot bekeringen. Dit naar analogie van Mattheus 28:19 waarin Jezus zijn discipelen beveelt de mensen van de wereld te evangeliseren en te bekeren.
De Nederlandse evangelisten beledigen de islam niet, noch haar cultuur en wereldbeeld. Zij volgen de toenmalige pionier op dit gebied, Temple Gairdner (1873 – 1928). Gairdner verbleef 31 jaar in Cairo, bezat een goede kennis van het Arabisch en de islam. In zijn toenadering tot de moslims ging hij op een gelijkwaardige basis het theologische debat met hen aan. Zonder het superioriteitsgevoel van zijn voorgangers oordeelde hij, het bevel van Mattheus 7:1 – 2 volgend, niet over de islam zodat de moslims hem eveneens niet zouden beoordelen. Gairdner laat zien een vooruitstrevende interculturele communicatie te hanteren.
 
Parallellen benadrukken
Nederlandse evangelisten zijn zich bewust van de onzekere situatie van de Iraniërs in de asielzoekerscentra. Ook zijn zij zich bewust dat zij een voorbeeldfunctie hebben. Binnen de Sji’itische gemeenschap in Iran is het gebruikelijk een marja-e taqlid, een levend religieus rolmodel, te volgen. Dit is vergelijkbaar met de eerste christenen die Jezus volgden en veel Iraniërs die ayatollah Khamenei, hun spirituele leider, als rolmodel zien. De christelijke rolmodellen moeten een goede kennis bezitten van de Iraniërs, hun geschiedenis en land, aangezien zij bruggen moeten slaan tussen de Iraniërs, hun oude geloof en de nieuwe religie.
Door op gelijkwaardige voet de dialoog met moslims en potentiële bekeerlingen aan te gaan proberen evangelisten een vertrouwensbasis te leggen waardoor Iraniërs zich welkom voelen in de kerkgemeentes. Deze interculturele communicatie lijkt vaak succesvol.
Als het geloof ter sprake komt, worden aanvankelijk parallellen, de common ground, tussen beide godsdiensten benadrukt. Het benoemen van de overeenkomsten is belangrijk in het bekeringsproces, aangezien mensen eerder geneigd zijn zich te bekeren tot een alternatief geloof met zo veel mogelijk gelijkenissen. Koranvers 3:64 wordt gebruikt waarin, volgens de evangelisten, Mohammed beweerd dat de joden en christenen dezelfde God aanbidden als de moslims.
Binnen het twaalfer sji’isme, dat de meeste Iraniërs aanhangen, staat de terugkeer van de twaalfde imam centraal. Zij geloven dat er na imam Ali, de enige rechtvaardige opvolger van Mohammed, twaalf imams zijn geweest. De laatste imam is niet gestorven maar door God tot Zich genomen. De sji’ieten wachten op zijn terugkeer, tijdens welke hij het kwaad zal verslaan en rechtvaardigheid zal herstellen. De gelijkenis met de christelijke doctrine van terugkeer van Jezus op aarde is evident. Volgens de Sji’ieten zal Jezus de imam bij zijn taak assisteren. Ook worden gezamenlijke eigenschappen benoemd van de imams en Jezus die zich centreren op het inzetten voor de armen, bereidheid te sterven voor hun, goede, zaak en de wil rechtvaardigheid op aarde te restaureren.
Het soefisme speelt een grote rol in Iran. Ook hierin zijn elementen te vinden die gelijkenis vertonen met delen van het christendom, zoals de boetedoening, het herhalend gebed, ontkenning van het zelf en de afkeer van uiterlijke rituelen. De liefde van God wordt door de geïnterviewden aangehaald als steun bij het omgaan van crises. Deze liefde komt terug in het soefisme: “Divine love makes the seeker capable of bearing, even of enjoying, all the pains and afflictions that God showers upon him in order to test him and to purify his soul”,  (Schimmel, 1975).
Veel evangelisten zijn tegenwoordig op de hoogte van de te benoemen parallellen. Indien zij de overeenkomsten niet kennen zullen potentiële bekeerlingen deze herkennen en zal een eventueel bekeringsproces eerder plaats kunnen vinden.
Vanzelfsprekend moet er minimaal een onderscheidend kenmerk zijn wil een bekering plaatsvinden. Nadat een solide basis is gelegd tussen de potentiële Iraanse bekeerling en de kerkgemeente, worden die uitgelegd. De evangelisten leggen uit dat God van nabij gekend kan worden, hij heeft zich immers geopenbaard in Jezus. Hij shockeerde zijn tijdsgenoten door God, Abba  te noemen, ‘vader’ of ‘papa’. Deze intieme wijze van aanroepen wordt door de evangelisten gezien als een recht voor alle mensen. In tijden van crises is een vriend van groot belang en biedt een nabije God grote verlichting. Zo spelen de evangelisten in op de situatie van Iraanse asielzoekers. Wanneer bij laatstgenoemden een bekeringsproces serieus ontwikkelt, wordt een aanvang gemaakt met de exegese van complexe doctrines als de triniteits- en incarnatieleer die haaks staan op de islam.

Miraculeuze ervaringen
Iraniërs staan bekend als aartsdromers en mensen die open staan voor miraculeuze gebeurtenissen. Door de crisissituaties van Iraniërs in Nederland en contacten met de christenen dromen veel van hen over het christendom. Deze dromen gaan vaak over Jezus, de Heilige Geest maar ook direct over God. Evangelisten vertellen potentiële Iraanse bekeerlingen dat ze mogelijk zullen gaan dromen over Jezus. In zekere zin wordt de droom bepaald en dienen evangelisten, als goede herders, deze uit te leggen.
Een aantal geïnterviewden beweerd dat door het contact met, of door ingrijpen van God, zij zijn genezen van medische problemen. Een universitair geschoolde man, momenteel werkzaam als ziekenverzorger in een ziekenhuis, zegt door God genezen te zijn van botkanker. In het asielzoekerscentrum kreeg hij bezoek van een Iraanse voorganger tijdens zijn ziekte. Beiden hoorden de stem van God, waarna de wonderbaarlijke genezing optrad. Anderen geven aan genezen te zijn van hartziekten, stress en slaapproblemen na miraculeuze gebeurtenissen en dromen.
Bekeringen uit de islam kunnen leiden tot ernstige problemen met de omgeving, landgenoten en andere moslims. Bovenzinnelijke ervaringen spelen een belangrijke rol, aangezien bekeerlingen kunnen beweren dat ze direct door God zijn geroepen en deze boodschap niet kunnen weigeren.

Iraanse identiteit
Iraniërs hebben over het algemeen een sterke nationale collectieve identiteit die haar oorsprong vindt in de Perzische tijd, de tijd van koning Cyrus. Hij maakte van Perzië een wereldrijk dat door de perzen werd gezien als het centrum van de wereld. Veel Iraniërs denken er nog steeds zo over. Zij voelen zich anders dan anderen, anders dan hun pre-islamitische tegenstanders toen en anders dan de meerderheid van de islamitische geloofsgemeenschap, de Soennitische medemoslims, nu. Iran is een uitverkoren natie, zo staat in het poëtische werk het Shahname van Ferdowsi (940 - 1020), waar alle Iraniërs bekend mee zijn. Poëzie is één van de pilaren van de Iraanse identiteit. Het Shahname is een werk, waarin de focus en de verheerlijking op de pre-islamitische tijd ligt en niet op de Islam.
Volgens velen is één van de antagonisten van het werk, de Perzische koning Cyrus en niet de latere moslimse martelaar Husayn, de Iraanse held pur sang.  Vooral na de gevoelde teleurstelling van de Iraanse revolutie wordt de pre-islamitische tijd geïdealiseerd. Veel Iraniërs voelen zich eerst Pers en dan pas moslim, als zij zich al moslim voelen.
Cyrus kan voor Iraniërs een brugfunctie vervullen tussen het christendom en de nationale identiteit die niet verloochent hoeft te worden bij een bekering.
De Perzische koning wordt zowel in het oude testament als in het Shahname geroemd om zijn moraliteit en macht. Als enige niet-Jood wordt hij in het oude testament een messias genoemd. Hij is verantwoordelijk voor de bevrijding van de Joden uit Babylon en daardoor verantwoordelijk geacht voor een herstel van het monotheïsme.
God zal de glorie van Iran herstellen, staat beschreven in Jeremia 49:34-39. Het gehele vers wordt door meer dan 50 onafhankelijke Iraanse kerken wereldwijd geïnterpreteerd als een grote prediking. In deze redenering worden de Iraniërs verspreid over de wereld waar zij kennis zullen nemen van het christendom. Ooit zullen zij het christendom naar Iran brengen, waar God zijn koninkrijk zal vestigen en van waaruit de Christelijke wereldrevolutie zal plaatsvinden. Ook de Iraanse kerk in Nederland hanteert deze interpretatie. Deze opmerkelijke revolutie is expliciet door enkele geïnterviewden benoemd.
Het is duidelijk dat het archetypische denken van de uitverkoren unieke natie behouden blijft in het christendom, volgens deze redenering. Voor bekeerlingen biedt het christendom een nieuwe weg naar de oude roots, voor hen die dit niet kunnen koppelen aan de Islam.

Asielgerelateerde motieven
In een moratorium dat van kracht was van mei 2006 tot juli 2007 werden asielaanvragen voor Iraniërs opgeschort. In deze periode werd onderzocht hoe veilig Iraanse christenen en in Nederland bekeerde Iraniërs, naar Iran konden terugkeren (in geval van beëindiging van de asielaanvraag). Het asielbeleid, afgestemd op het nieuwe ambtsbericht van 2007, gaat ervan uit dat Iraanse asielzoekers die bekeerd zijn, in anonimiteit het christelijke geloof kunnen belijden in Iran. Iraanse bekeerlingen krijgen geen verblijfsvergunning op basis van hun geloof of bekering maar moeten aantonen dat zij in Iran al een conflict met de machthebbers hadden.
Echter de politiek is niet helemaal helder geïnterpreteerd door de media. Vaak wordt de schijn gewekt dat Iraniërs een verblijfsvergunning krijgen als ze zich bekeren, wat niet het geval is. Hierdoor kunnen Iraniërs beslissen zich te bekeren, in de hoop een verblijfsvergunning te krijgen en hun crisissituatie op te heffen. Op basis van de interviews en mijn bevindingen op de asielzoekerscentra, concludeer ik dat het om een klein percentage gaat.
De Iraanse voorganger van de Kores kerk erkent dat er Iraniërs zijn die zich om deze reden bekeren. Tegelijkertijd zegt hij dat hij voormalig minister Rita Verdonk dankbaar is omdat ze het moeilijker heeft gemaakt voor zijn landgenoten een verblijfsvergunning te krijgen. Hierdoor zoeken meer van hen toevlucht tot de kerk. De voorganger is ervan verzekerd dat de kleine groep Iraniërs die zich vanwege asielgerelateerde motieven bekeert, uiteindelijk overtuigt christen zal worden.

Conclusie
Uitgaande van een relatief grote groep Iraniërs die zich in Nederland bekeert kan worden gesteld dat de crises voortvloeiend uit langdurige en onduidelijke asielprocedures de voedingsbodem zijn van de religieuze conversies onder deze groep. Een klein deel hoopt door een bekering tot het christendom deze crisis te beëindigen en een verblijfsvergunning te verkrijgen. De meerderheid van de Iraniërs in Nederland ervaart de revolutie van 1979 als een mislukking. Zij geven de islam daarvan de schuld en staan open voor nieuwe systemen. Nederlandse evangelisten spelen in op deze dubbele crisissituatie (spanning gerelateerd aan de asielprocedure en een falend ervaren islamitisch geloof). Veel evangelisten hebben zich ontwikkeld tot intercultural speakers die intensief communiceren met de Iraniërs en openstaan voor hun (Perzische) identiteit. De zendelingen benadrukken de parallellen tussen beide geloven om de religieuze kloof te verkleinen. Ook laten zij veel ruimte voor bovenzinnelijke Iraanse dromen. Deze christenen zijn op de hoogte van hun rol, ze zijn rolmodellen en zullen de dromen voor potentiële bekeerlingen moeten verklaren. Ten slotte geven de evangelisten de Iraanse moslims die wankel in hun geloof staan, een prachtige Perzische kapstok waaraan de meeste Iraniërs bij voorkeur hun identiteit aan ophangen. Zo kunnen de Iraniërs geloven dat God hen heeft geroepen, bijvoorbeeld in een droom, om tot het ware monotheïstische geloof te komen zoals koning Cyrus het ook al voor stond. De bekeerling, in crisis, kan voor zichzelf én anderen uitleggen dat God hem heeft uitgenodigd tot het christendom en dat hij zeker, juist meer, zijn Perzische identiteit zal blijven behouden.

 

Reacties

  1. Een artikel dat gebaseerd is op mijn afstudeerscriptie.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Peter,
    Zou ik je afstudeerscriptie mogen ontvangen?
    In onze gemeente komen veel ex-moslim Iraniërs. Het lijkt mij een heel boeiende studie aan je artikel te zien.
    Vriendelijke groeten,
    Wim

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire berichten van deze blog

Founding Fathers and the Dutch origin of Thanksgiving Day

In the 17th century a small group of English refugees set up a small colony in the New World, on the coast of what is now the state of Massachusetts. Preceding this event, these pilgrims later to be called Founding Fathers temporarily find a relative safe haven in the Netherlands, especially in cities Amsterdam and Leiden. The pilgrims play a vital role in the history of the United States and have become a central theme in its cultural identity. Some of their ideas are directly traceable to their stay in the Netherlands and some of them more specifically to the medieval city of Leiden. Many people assume America’s National holiday Thanksgiving Day directly derives form a local Leiden festival.

The refugee story
After the reformation on the mainland of Europe, wherein large groups of Christians, under the spiritual leadership of Martin Luther, turn their back to the many Roman Catholic rituals and doctrines, this movement also starts to get solid ground in England. Although less massi…

Marinevormingen in de bossen

De Koninklijke Marine is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat een groot aantal nationale maritieme taken heeft en zich inzet voor veiligheid op- en vanuit zee. In de jaren 1946 tot 1978 worden marinemannen militair opgeleid op een plek ver van het open water. Voormalige burgers worden omgevormd tot soldaten in het Marine Opleidingskamp Hilversum (MOKH). In de nabij gelegen bossen ondergaan de nieuwe militairen hun Eerste Militaire Vorming (EMV), zoals dat in die dagen heet. In deze landomgeving heersen marineroutines, ware men op zee. Er is zelfs een boot, van beton…
Het kamp Voor een groot deel is het MOKH opgezet door de Duitse bezetter, zij hebben het grootste deel van de gebouwen neergezet. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het complex functioneel door de marine overgenomen. Naast andere opleidingen, vindt hier de militaire vorming voor de nieuwkomers plaats. De meesten van hen arriveren op het station Hollandsche Rading bij Loosdrecht vanwaar zij met een marinebus naar…

De Poort tot de Vloot

In de dorpskern van de gemeente Voorschoten bevindt zich een straat met een in Nederland unieke naam, namelijk, de Koninklijke Marinelaan. Anno 2013 herinnert zich maar weinig in deze doorsnee-straat aan het marineverleden. En dat terwijl voor vele duizenden marinemannen hier hun carrière bij dit onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht begon. Aan deze straat lag namelijk het Marine Opkomstcentrum (MOC). Jongemannen die het avontuur wilde aangaan, werden hier gekeurd.


Het terrein van het voormalige opkomstcentrum wordt in 1939 door het Rijk voor het leger gevorderd, dit in verband met de spanningen aan de oostgrens en de Nederlandse mobilisatie na de inval van nazi-Duitsland in Polen. Nadat Nederland de kortdurende en ongelijke strijd in 1940 tegen Duitsland opgeeft, wordt het terrein overgenomen door het Duitse leger, de Wehrmacht. De bezetters breiden het kamp uit en bouwen naast houten barakken het stenen hoofdgebouw dat dienst doet als keuken en kantine.
Snel na de bevrijding van …