Doorgaan naar hoofdcontent

Marinevormingen in de bossen

De Koninklijke Marine is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat een groot aantal nationale maritieme taken heeft en zich inzet voor veiligheid op- en vanuit zee. In de jaren 1946 tot 1978 worden marinemannen militair opgeleid op een plek ver van het open water. Voormalige burgers worden omgevormd tot soldaten in het Marine Opleidingskamp Hilversum (MOKH). In de nabij gelegen bossen ondergaan de nieuwe militairen hun Eerste Militaire Vorming (EMV), zoals dat in die dagen heet. In deze landomgeving heersen marineroutines, ware men op zee. Er is zelfs een boot, van beton…

Het kamp
Voor een groot deel is het MOKH opgezet door de Duitse bezetter, zij hebben het grootste deel van de gebouwen neergezet. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het complex functioneel door de marine overgenomen. Naast andere opleidingen, vindt hier de militaire vorming voor de nieuwkomers plaats. De meesten van hen arriveren op het station Hollandsche Rading bij Loosdrecht vanwaar zij met een marinebus naar de marinekazerne worden vervoerd. Daar aangekomen worden ze in een ‘bak’, een kleine groep marinemannen, ingedeeld. Een indeling die ze gewend zijn van hun onlangs met succes doorlopen keuring in het marineopkomstcentrum. ‘Baksgewijs’ doorlopen de jongemannen de eerste vorming tot militair, tot marineman.

Het nummeren van de baroe
‘Baroe’s’, zo worden de nieuwelingen genoemd, baroe betekent ‘nieuw’ in het Maleis. De marine is in deze dagen vlak na de koloniale tijd nog doorspekt met Maleise woorden. Een bezoek aan de kapper om een kort model bloempot te laten aanmeten is één van de eerste handelingen tijdens de vorming. Geen haar mag er onder hun pet vandaan komen, krijgen ze te horen van de kwartiermeester. Hij is degene die een bak instrueert en informeert.
De volgende stap in het vormingsproces is het uitreiken van de militaire plunje, of officieel de persoonlijke standaarduitrusting (PSU) genoemd. Het is een grote baal militaire kleding dat moet worden genummerd. Van sokken tot handdoeken van dekens tot hemden, in alle kledingstukken dient het individuele marinenummer genaaid te worden. En wel met rood garen en conform de voorgeschreven afmetingen. Het duurt gemiddeld een week totdat dit werkje achter de rug is. De marinemannen uit die tijd herinneren zich dit tijdrovende werk dat plaatsvindt in de naaizolder als ‘barang nummeren’. Barang betekent in het Maleis ‘goederen’ of ‘spullen.’
Eveneens moet in het heft van het marinemes het marinenummer worden gestanst. Echter, tot opluchting van vrijwel alle manschappen, op de plunjezak en in de pet worden de nummers gedrukt met een stempel. En ten slotte wordt het nummer ingeslagen in de identiteitplaatjes die de jongemannen krijgen. Ze zijn bekend geworden door diverse oorlogsfilms en heten de ‘val-dood-plaatjes’, dogtags in veel oorlogsfilms. Twee plaatjes met basale gegevens van de militair zitten breekbaar aan elkaar vast en worden aan een ketting om de nek gedragen. Als een militair sneuvelt, dan heeft hij een plaatje om zijn nek en de ander wordt afgebroken voor de (juiste) registratie van de dode.

Discipline is de marine
‘Discipline is de ziel van de marine,’ verwoordt een deelnemer aan de EMV in 1956. En die discipline én uniformiteit, wordt de jongens inderdaad bijgebracht. Ze hebben die vaardigheden immers nodig bij hun toekomstige plaatsingen op marineschepen, kazernes, kampen en mogelijk in een oorlogssituatie.
’s Morgens vroeg, tijdens het ‘overal’, worden de manschappen gewekt door het hoornsignaal voor de reveille dat op de omroepinstallatie wordt gezet. Vlak daarna komt de dienstdoende korporaal-in-opleiding het slaapvertrek binnen. Dat is een kerel die als een soort tweede kwartiermaker functioneert, hij is een ‘eerste klasser’ die momenteel zijn leiderscapaciteiten gedurende zijn korporaalsopleiding moet tonen. ‘De eerste’ schreeuwt ‘trek ter uit, trek ter uit.’ Volgens strikte richtlijnen moeten de bedden worden opgemaakt en de persoonskastjes die midden in het slaapvertrek staan, worden opgeruimd. Ook moeten de schoenen in een glimmende staat worden gehouden. Scènes als die in An Officer and a Gentleman, Full Metal Jacket en Forrest Gump spelen zich af in het MOKH. 
‘Links, rechts uit de flank. Hoofd front. Zet je kakken op dek. Afdeling … halt,’ zijn slechts een aantal orders die een korporaal van de mariniers schreeuwt. Hij heeft als taak om van deze ‘burgers’, perfect exercerende militairen te maken. Vanzelfsprekend baksgewijs. Eerst zonder- en later met de Garand, een semi-automatisch wapen. Dezelfde marinier leert de groentjes ook schieten met het geweer. Die oefeningen vinden plaats liggend, knielend en staand op de binnenbaan vlak naast het exercitieterrein of op de Waalsevlakte.

Maritiem beton
Zoals alle aanstaande militairen moeten ook deze marinemannen-in-wording rennen, kruipen en klimmen op de hindernisbaan. En dan is er, speciaal voor de marine, een instructieschip geplaatst in het kamp, de Hr. Ms. Noord Brabant. Niet een echt schip maar een betonnen grove versie van een echt schip. Het is door de eerste lichtingen ooit omgedoopt tot Hr. Ms. Beton. Surrealistisch staat, niet ligt(!), het betonnen schip midden in het kamp en midden in de bossen. ‘Aan boord’ leren de marinemannen hoe het er op een schip aan toe gaat op het gebied van, onder andere, fluitsignalen herkennen, veiligheidsinstructies en touwen knopen.
Er wordt ook realistisch maritiem geoefend. De jongemannen moeten in een zogenaamde whaleboot roeien bij de ‘Boomhoek’ op de nabijgelegen Loosdrechtse plassen, weer  of geen weer. ‘Haal op gelijk!’ En dat dan met een dozijn of meer manschappen. Met diezelfde sloepen kan ook gezeild worden, zodat de nieuwbakken  marinemannen, die geen ervaring met zeilen hebben, hierin de basisbeginselen onderricht krijgen.


Wachtlopen
Een ander aspect van de EMV is dat de nieuwelingen allen ‘uitkijk’ moeten lopen, dat is een voorbereiding op het ‘wachtlopen’. In Hilversum zijn er gedurende die periode vier geëikte wachten; uitkijk slaapzalen, rollezer of leerling aan de poort / slagbomen,  schildwacht van een bepaald gebouw en schildwacht Boomhoek. Iedereen krijgt te maken met het ‘drie van de vier-systeem,’ dat wil zeggen drie dagen geen wacht, de vierde dag wacht. 

Theorie
Haaks op de praktijk, staat de theorie. Alle deelnemers dienen de rangen en standen van de verschillende marineonderdelen te leren. Ook het begrijpen van de belangrijkste artikelen van de 26 artikelen tellende baksorder, de rechten en plichten van de schepelingen, moeten worden gememoriseerd, zoals artikel 1.:  ‘Handhaving tucht: De Koningin begeert, dat orde en tucht door aanmoediging en beloning…,’ of artikel 2.: ‘Reglement betreffende de krijgstucht: Aan de militair der zeemacht wordt uitgereikt een exemplaar van het Reglement…’ en artikel 3.: ‘Trouw aan de beloften, bij aanneming afgelegd: Trouw aan de beloften, door hem schriftelijk afgelegd… .’

Katje halen
Gedurende de eerste 6 weken van de opleiding mogen de marinemannen niet ‘ aan wal gaan,’ ze mogen niet ‘passagieren.’ In het Nederlands; ze mogen niet van het  kampterrein af, ze moeten binnen, aan boord, blijven. Ze moeten zich vermaken in het kamp, een klein kroegje achter het wachtgebouw, sporten en het manschappenverblijf lenen zich daarvoor. De bezoldiging, al is dat niet veel, kan aangeboord worden voor de vrijetijdsbesteding. Niet voor de allerjongsten want die moeten verplicht een deel van hun salaris afstaan aan de ouders en ze moeten een deel sparen. Bij het uitbetalen meldt de jonge marineman zich, stijf in de houding staand, pet onder de linkerarm bij een tafeltje, ‘Matroos derde klasse Jansen meldt zich.’ Dan krijgt hij een enveloppe met de inhoud van zijn bezoldiging, waarvoor hij op een lijst een handtekening moet zetten. Bij de volgende tafel wordt daar een bedrag van afgehaald, zoals een fonds voor dit en een uitstaande rekening daar. En voor hen die nog jonger dan 18 jaar zijn geldt dat deze dienst, het dienstvak van de schrijvers, een bepaald bedrag overmaakt op de spaarrekening en die van hun ouders.
Dit uitgestorven tafereel is vastgelegd door oud-marineman Rien Poortvliet, de bekende schilder, schrijver en tekenaar met een grote fascinatie voor flora en fauna. Op de muren van de grote biljartzaal van het manschappenverblijf fabriceerde hij grote wandtekeningen. Op één daarvan heeft hij een rij matrozen uitgebeeld die wachten op hun uitbetaling. Bij de marine heet dat ‘Katje ophalen.’ Katje is een dubbele verbastering van het Maleise kadji wat ‘gage’ betekent. Gage werd in ‘De Oost’ meer en meer uitgesproken als gadjih. Uiteindelijk werd het Maleis verbasterde gadjih het Hollandse katje. Rien Poortvliet heeft er in humoristische, stripachtige stijl, een lollig tafereel van gemaakt waarin matrozen wachten op een katje terwijl anderen uit een ton een leuk katje, letterlijk, ophalen. Vervolgens worden die lieve donzige katjes door de matrozen aangehaald en geliefkoosd. 



Ouderdag
Een bijzonder fenomeen in het MOKH is de ouderdag. Zo ongeveer op tweederde of driekwart van de vormingsperiode worden familieleden uitgenodigd om in het kamp de vorderingen van de zonen (maar ook broers of verloofden) te zien. En in de regel komen veel familieleden af op deze dag want ze krijgen immers weer een glimp te zien van hetgeen hun dierbaren aan het doen zijn daar in die bossen. De nieuwbakken schepelingen marcheren in het gelid, vol trots in hun matrozenpak, karabijn aan de rechterhand en dolk en munitie aan de riem. Er worden veel foto’s gemaakt.
Tijdens de geserveerde maaltijd zijn ‘de zeuntjes’, zij die geen ouderdag hebben de klos om door het lot van het roulatiesysteem het eten te moeten serveren. Het personeel van de kombuis pakt groots uit. Het beroemde standaard maandagmenu van de Koninklijke Marine wordt uitgeserveerd. Allereerst komt daar in grote RVS-kommen de erwtensoep met dobbelsteentjes spek, oftewel ‘snert met drijfijs,’ al snel gevolgd door de Nasi Goreng. De nieuwe marinemannen zijn al bekend geworden met het Indische eten sajoer, ikan tri, pedis, panas. Voor veel familieleden is het een eerste kennismaking met de (marine) Indische keuken.


Afsluitingen
‘Nooitgedacht’, luidt de toepasselijke naam van de zware mars die aan het einde van de vormingstijd met volle militaire bepakking met goed resultaat moet worden afgerond. Een andere praktijktoets is een zware roeitocht over de Loosdrechtse wateren en de Vecht, het wordt ‘Volharding’ genoemd en is de afsluiting van de vorming in Hilversum.
Daarnaast wordt de EMV besloten door twee oefeningen buiten het opleidingskamp. Buitengaats, op het Marsdiep en de Waddenzee ervaren de mannen hoe het is om te zeezeilen met houten B-sloepen. Vanzelfsprekend komen bij deze oefeningen nog meer maritieme spelregels om de hoek kijken die geleerd moeten worden zoals kaart en kompas lezen, het vaarreglementen kennen, zeil naaien en schiemannen.
Tot slot vindt de éénweekse ‘ABCD-cursus’ plaats in de Marinekazerne Amsterdam (MKAD). In geval van Atomic(!), Bacteriological of Chemical Damage, moet iedere schepeling getraind worden om op het schip de opgelopen schade te controleren en te beperken. Op het kazerneterrein bevindt zich een nagemaakt stuk scheepsromp, compleet met verschillende dekken. Eén kant van het schip is open gelast maar kan pikkedonker worden gemaakt door er een groot en zwaar stuk dekzeil voor te hangen. In die donkere ruimte moeten de bijna-marinemannen omgaan met nagebootste situaties. Zo worden beschadigingen in het ruim nagebootst. Door een granaatinslag, niet echt natuurlijk, wordt water het onderste dek ingepompt. Van het bovenste dek moet allerhande materiaal om de schade te herstellen naar beneden worden getransporteerd door verschillende samengestelde teams. De mannen in de onderste ruimte staan letterlijk tot hun nek in het water en ervaren het meest realistische en stressvolle trainingsonderdeel.

Bagage
De oefeningen en het leven in het Marine Opleidingskamp Hilversum zijn een korte introductie op het onregelmatige maar gedisciplineerde en uniforme marineleven dat nog voor de nieuwe marinemannen ligt. Met die bagage zullen de meesten, nu gevormd als militair, als marineman, terecht komen op veel verschillende plekken zowel in het binnen- als buitenland. Van Valkenburg tot Den Helder, van Amsterdam tot Overveen, van ‘Nederlandsch Indië’ tot Nieuw Guinea, van Casablanca tot de Nederlandse Antillen en van Fort Lauderdale tot Suriname.


Reacties

  1. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Peter, ik heb jouw verhaal aandachtig doorgelezen en kom tot de ontdekking dat sommige zaken niet kloppen, (waarschijnlijk) doordat sommige door jou gebruikte tijdsbeelden door elkaar lopen. Ook een paar benamingen kloppen niet helemaal. Als je wilt kun je mij het verhaal toesturen op het jouw bekende mailadres en zal ik e.e.a. corrigeren.
    Groeten van Karel

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire berichten van deze blog

Founding Fathers and the Dutch origin of Thanksgiving Day

In the 17th century a small group of English refugees set up a small colony in the New World, on the coast of what is now the state of Massachusetts. Preceding this event, these pilgrims later to be called Founding Fathers temporarily find a relative safe haven in the Netherlands, especially in cities Amsterdam and Leiden. The pilgrims play a vital role in the history of the United States and have become a central theme in its cultural identity. Some of their ideas are directly traceable to their stay in the Netherlands and some of them more specifically to the medieval city of Leiden. Many people assume America’s National holiday Thanksgiving Day directly derives form a local Leiden festival.

The refugee story
After the reformation on the mainland of Europe, wherein large groups of Christians, under the spiritual leadership of Martin Luther, turn their back to the many Roman Catholic rituals and doctrines, this movement also starts to get solid ground in England. Although less massi…

De Poort tot de Vloot

In de dorpskern van de gemeente Voorschoten bevindt zich een straat met een in Nederland unieke naam, namelijk, de Koninklijke Marinelaan. Anno 2013 herinnert zich maar weinig in deze doorsnee-straat aan het marineverleden. En dat terwijl voor vele duizenden marinemannen hier hun carrière bij dit onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht begon. Aan deze straat lag namelijk het Marine Opkomstcentrum (MOC). Jongemannen die het avontuur wilde aangaan, werden hier gekeurd.


Het terrein van het voormalige opkomstcentrum wordt in 1939 door het Rijk voor het leger gevorderd, dit in verband met de spanningen aan de oostgrens en de Nederlandse mobilisatie na de inval van nazi-Duitsland in Polen. Nadat Nederland de kortdurende en ongelijke strijd in 1940 tegen Duitsland opgeeft, wordt het terrein overgenomen door het Duitse leger, de Wehrmacht. De bezetters breiden het kamp uit en bouwen naast houten barakken het stenen hoofdgebouw dat dienst doet als keuken en kantine.
Snel na de bevrijding van …