Doorgaan naar hoofdcontent

Vooroordelen en veroordelingen want mijn kind is Zwarte Piet

Er is geen houden aan, mijn jongste zoon zal en moet als Zwarte Piet verkleed naar school. Hij is 8 jaar maar nog trouw een gelovige aanhanger, weliswaar kritisch maar nog heilig gelovend aan de échte Sinterklaas. Eigenlijk is hij al te lang volgeling van de goedheiligman. Van een mede-ouder op de tennisvereniging hoorde ik al dat haar, jongere, kinderen niet meer geloven.

Gisteren heeft hij van zijn zakgeld zelf zwarte schmink gekocht en wilde ook nog een Zwarte Pietenpak aanschaffen waar wij, zijn ouders, hem van afhielden. “Misschien krijg je wel een pakje in je schoen.” Zo haalden wij hem over van de aankoop af te zien. Heimelijk hadden we al een kleurig pakje aangeschaft. 
Het begin van deze ochtend was magisch…
Onze zoon stormde de slaapkamer in, “Papa, mama, kom gauw, Sinterklaas is langs geweest en ik heb een groot cadeau.” 7:07 uur, en ik sliep zo lekker. Een briefje in zijn schoen: “Lieve …, groetjes, Luister Piet.” En het cadeau werd al voordat het papier eraf was getrokken geraden. Een Zwarte Pietenpak! 
Een blond, wit jochie wordt in zijn nieuwe pakje gehesen. Het is de grootste maat die je voor kinderen nog kunt kopen. En deze trouwe aanhanger is nogal groot voor zijn leeftijd maar het pakje past net. Mijn Energiemix aan het weg slurpen, kijk ik naar een ander uitgepakt cadeau met een Intertoys stickertje erop. “Ai”, op de verpakking zie ik een heel donker geschminkt manspersoon, met kroeshaarpruik en opvallende oorbellen. Confronterend in deze tijd. De eerste twijfel begint op te komen. Het pakje staat erg leuk en met de lange blonde haren is het net een laat middeleeuws schildknaapje. En de kroeshaarpruik maakt hem opeens cool. Een hip afrokapsel, denk aan Bruna Mars bij de MTV-awards uitreiking, pas geleden in Amsterdam.
Dan volgt de grote transformatie. Hij wil ook de zelf gekochte schmink op zijn gezicht. Een paar vegen op zijn wangen accepteert hij niet, hij wil all the way. Al snel staat er een echt Zwarte Pietje in onze kamer en ach, het is toch erg schattig. Wat is hij blij. De gelukzaligheid straalt van zijn gezicht, net als bij het zingen voor de schoentjes de vorige avond. Het is een vertrouwd beeld. Wij vinden het prachtig maar mijn oudste zoon van 12 jaar, bemoeid zich totaal niet met ons.
In de cocon van onze privédomeinen, los van welke discussie dan ook, genieten we van deze bekende kinderrituelen. Een klein spoortje van twijfel blijft aan me kleven.
We gaan naar school. We gaan de echte wereld in. De boze buitenwereld.
Al meteen moeten we een straat oversteken, lopend tussen de auto’s door die daar in de gebruikelijke ochtendophoping staan. Vreemd genoeg voel ik blikken op mij gericht. Al die automobilisten kijken naar me en veroordelen me. “Kijk nou, een ouder die nog echt zijn kind zwart verft als een mini Sinterklaasslaaf.” Voor me huppelt een heel vrolijk Pietje.
In het ritje naar school bedenk ik me dat ik vorige dagen eigenlijk nauwelijks Zwarte Pieten op school heb gezien, daar waar ze voorgaande jaren de schoolgangen druk bevolkten. Een ernstigere vorm van twijfel slaat toe. 
Na de auto geparkeerd te hebben, lopen we het laatste stukje naar school. Kinderen kijken naar ons, naar het Pietje aan mijn hand. Een jochie uit de kleuterklas waar het vrolijke kereltje van 8 jaar gisteren nog grapjes mee maakte, keek stomverbaasd naar mij en dat zwarte ventje. Ik wachtte op de glimlach die door zou breken… Misschien was hij onder de indruk en dacht hij dat het een echte Zwarte Piet was. Misschien was hij wel een beetje bang.
Dat was ook het zwakke verweer van de ouders van deze Piet deze ochtend. Niet al te gelukkig met de hele situatie werd onze zoon voorgelegd zich niet te schminken. “Waarom niet?” “Misschien worden de kleine kinderen dan bang.” “Maar waarom dan?” Dit heerlijke onschuldige antwoord is de kern van de huidige, hoog opgelopen, Zwarte Pietendiscussie. “Ja waarom eigenlijk?” Op de discussie ga ik niet eens in, ik kijk wel uit.
In de gangen van het schoolgebouw is in geen velden of wegen een Zwarte Piet te ontdekken. Een paar ouders roepen natuurlijk dat er een echte Piet rondloopt en lachen vriendelijk naar mijn zoon. Dat is goed bedoeld. Ik voel, net als bij de automobilisten, veroordelingen. Vooroordelen? Doordat ik mijn zoon zo rond laat lopen, zal ik dus wel (licht) racistische neigingen hebben. Vooroordelen leiden tot stille veroordelingen. Althans zo voel ik het.
Dan de klas.
Het is er nog stil. Een paar meisjes roepen, “Wie is dat?”. Een paar jongens zeggen om wie het gaat en gaan het Pietje treiteren. Eén van die jochies liep andere jaren consequent in de mooiste Zwarte Pietenpakjes maar nu zegt hij dat mijn zoon op een meisje lijkt, trekt zijn muts af en wil niet meer bij hem zitten. De verkleedde zwartwitte jongen is outcast. Het is natuurlijk ook de overgangsleeftijd maar er is volgens mij meer.
De meester maakt een opmerking waardoor ik helemaal door een moeras heen zak. “Ik heb al heel lang geen Zwarte Piet meer in de middenbouw gezien.” “Oh, help! Wat hebben we gedaan!” Ik loop op de leerkracht toe, baal van de situatie maar ook van de plotselinge politieke correcte atmosfeer op school en zeg nogal luid dat er dit jaar opvallend weinig Zwarte Pieten rondlopen in het gebouw. Een moeder maakt inderdaad een opmerking over de huidige discussie maar geeft vervolgens het Pietje een handje en maakt een praatje. 
Mijn zoon zit er nogal onbewogen bij. Ik voel me vreselijk. Hij wordt gepest, de andere kinderen reageren nauwelijks op een leuke manier, ik word veroordeeld (denk ik) en weet niet hoe uit deze situatie te ontsnappen. De twee pestkoppen, voormalige Zwarte Pieten, waarschuw ik wel dat ze niet moeten pesten. Uiteindelijk kus ik voorzichtig de Zwarte Piet en ga weg. Alleen, zonder de vermeende zwarte dienaar, val ik niet meer op. Nog steeds zie ik nergens een verkleed kind. 
In de auto bel ik meteen naar huis. Gefrustreerd moet ik mijn verhaal kwijt. “Ging het niet goed?”, is het eerste wat ik hoor. Ook mijn vrouw had dus haar twijfels. Later appt ze me dat ze zich heel naar voelt en dat ze vindt dat ze hem in bescherming had moeten nemen, dat ze juiste tegen Zwarte Piet is en dat ze nu juist de meest extreme Piet heeft gecreëerd. Precies zo, voel ik me ook.
Wat nu?

Ik ga straks mijn moeder bellen, die haalt haar zwarte kleinzoon op van school. Dan zal ik haar voorbereiden op zijn mogelijke stemming. Waarschijnlijk krijgt hij veel over zich heen gestort vandaag, in ieder geval veel aandacht. Positief en/of negatief? Mijn moeder zal het belachelijk vinden en de stompzinnige politiek correcte ouders veroordelen.

En ik denk aan deze vroege ochtend, aan dat op en top pure en gelukkige jongetje. Geloof is een privé kwestie, is de gedachte in Nederland. Staat en religie zijn gescheiden. Dat sta ik achter, verdorie, ik heb het gestudeerd. En mijn extremistisch geschminkte zoon neem ik mee de buitenwereld in! Racisme? Natuurlijk niet. Helaas maken wij nog net met een gelovig kind een kentering in de gedachte ten aanzien van dit oude Hollandse feest mee. Ik zou ervoor getekend hebben, had ik het eerder geweten. Dan had ik de afweging moeten maken om mijn zoon de waarheid van de Grote Leugen te vertellen. Waarschijnlijk had ik het niet gezegd. Dan zou ik dat jochie missen die met totale pure overgave naar het Sinterklaasjournaal kijkt, liedjes zingt en cadeautjes uitpakt. Hij wordt toch snel oud, dat cliché klopt inderdaad, dus stellen we de waarheid van de leugen nog een jaar uit. Maar of we met het Sinterklaasgedachtegoed nog expliciet naar buiten gaan treden, weet ik niet.
Dat ligt eraan hoe mijn zoon vanmiddag van school thuiskomt. Wellicht is hij dan een ongelovige. Dan zijn we van al die ellende verlost en zoekt iedereen het maar verder lekker zelf uit maar van die verlossing zal ik dan toch weer niet blij worden.

Nog een hele dag werken, morgen de Sinterklaasintocht in onze stad. Bah, was het maar 6 december.

 

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Founding Fathers and the Dutch origin of Thanksgiving Day

In the 17th century a small group of English refugees set up a small colony in the New World, on the coast of what is now the state of Massachusetts. Preceding this event, these pilgrims later to be called Founding Fathers temporarily find a relative safe haven in the Netherlands, especially in cities Amsterdam and Leiden. The pilgrims play a vital role in the history of the United States and have become a central theme in its cultural identity. Some of their ideas are directly traceable to their stay in the Netherlands and some of them more specifically to the medieval city of Leiden. Many people assume America’s National holiday Thanksgiving Day directly derives form a local Leiden festival.

The refugee story
After the reformation on the mainland of Europe, wherein large groups of Christians, under the spiritual leadership of Martin Luther, turn their back to the many Roman Catholic rituals and doctrines, this movement also starts to get solid ground in England. Although less massi…

Marinevormingen in de bossen

De Koninklijke Marine is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat een groot aantal nationale maritieme taken heeft en zich inzet voor veiligheid op- en vanuit zee. In de jaren 1946 tot 1978 worden marinemannen militair opgeleid op een plek ver van het open water. Voormalige burgers worden omgevormd tot soldaten in het Marine Opleidingskamp Hilversum (MOKH). In de nabij gelegen bossen ondergaan de nieuwe militairen hun Eerste Militaire Vorming (EMV), zoals dat in die dagen heet. In deze landomgeving heersen marineroutines, ware men op zee. Er is zelfs een boot, van beton…
Het kamp Voor een groot deel is het MOKH opgezet door de Duitse bezetter, zij hebben het grootste deel van de gebouwen neergezet. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het complex functioneel door de marine overgenomen. Naast andere opleidingen, vindt hier de militaire vorming voor de nieuwkomers plaats. De meesten van hen arriveren op het station Hollandsche Rading bij Loosdrecht vanwaar zij met een marinebus naar…

De Poort tot de Vloot

In de dorpskern van de gemeente Voorschoten bevindt zich een straat met een in Nederland unieke naam, namelijk, de Koninklijke Marinelaan. Anno 2013 herinnert zich maar weinig in deze doorsnee-straat aan het marineverleden. En dat terwijl voor vele duizenden marinemannen hier hun carrière bij dit onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht begon. Aan deze straat lag namelijk het Marine Opkomstcentrum (MOC). Jongemannen die het avontuur wilde aangaan, werden hier gekeurd.


Het terrein van het voormalige opkomstcentrum wordt in 1939 door het Rijk voor het leger gevorderd, dit in verband met de spanningen aan de oostgrens en de Nederlandse mobilisatie na de inval van nazi-Duitsland in Polen. Nadat Nederland de kortdurende en ongelijke strijd in 1940 tegen Duitsland opgeeft, wordt het terrein overgenomen door het Duitse leger, de Wehrmacht. De bezetters breiden het kamp uit en bouwen naast houten barakken het stenen hoofdgebouw dat dienst doet als keuken en kantine.
Snel na de bevrijding van …