Doorgaan naar hoofdcontent

Kamp van de overgang

Diep in het bos, bevind ik me weer in een kamp. ‘Waar is barak K3?’

Ik wijk van het pad af, op de zachte mossige ondergrond loop ik op mijn doel af. ‘Als je op zoek bent naar K3, loop je verkeerd. Dat bord bij het hoofdpad klopt niet.’ Ik zie een man op een vouwfiets, gestoken in een mooi pak, rijdend door het bos. Fellini decor? Hij stapt van de fiets af en samen lopen we terug. We stellen onszelf voor, passeren een dood konijn met uitgepikte ogen en vervolgen onze weg naar het juiste doel. Een opmerkelijke ontmoeting met een mede-vader.

Mede-vader? Jawel het is namelijk kamp voor onze kinderen.

Hoe vaak was ik niet op dit soort plekken. Soms voor plezierige doeleinden, vaak vanuit verschrikkelijk historische perspectief maar nu voor een leuke aangelegenheid. Wel eentje met een emotioneel staartje. In ieder geval voor mij en misschien ook wel voor anderen.

In een oude barak, eufemistischer paviljoen genoemd, slapen de kinderen van de bovenbouw. Het gebouwtje is in zijn geheel gerenoveerd. Een deel van de bovenbouwers slaapt in degelijke bedden, drie boven elkaar. Als holistisch organisme is een houten constructie aan de binnenwandenwanden gemaakt waarin de bedden zijn geconstrueerd. Het lijken net cocons. Ik moet denken aan hotels in Japan waar de gasten veel yens neerlappen om in dit soort benauwde omgevingen te kunnen slapen. Een aantal kinderen is een beetje teleurgesteld aangezien de oude stapelbedden, die ze gewoon zijn van de vorige vijf 'kampen', verdwenen zijn.

Het kamp van de Leidse Haanstraschool vindt al sinds decennia plaats op het natuurdomein de Hoge Rielen in België. De pedagogische beginselen staan hoog in het vaandel bij de organisatie van dit natuurvriendelijk recreatiekamp, gelegen op een voormalig militair domein. De natuur is hier zeer schoon en kan naar vrijheid groeien.

De meeste 10 en 11 jarigen verdwijnen na de chaos bij het betreden van de barak, eh paviljoen, in het bos tegenover het gebouwtje. Daar is ook een prachtige vijver gelegen. Zo verdwijnt ook mijn zoon in dit mooi stukje natuur. Natuurlijk, hij houdt van de natuur.

Als zijn vader zijnde, zit in de verkeerde groep ingedeeld maar aangezien ik van een reservelijst op het laatste moment aan het kleine legertje ouders ben toegevoegd, is hier geen rekening meer mee gehouden. Ik maak met een aantal andere ouders deel uit van de keukenploeg van de bovenbouw. We zijn met teveel mensen in de keuken waardoor ik voornamelijk de tafels dek en de toiletten schoonmaak. Aangezien ik niet opdringerig van aard ben, zeker als het om werk gaat, heb ik nogal wat momenten over om alles goed in me te laten opnemen en interessante mede-ouders te ontmoeten, en minder boeiende exemplaren.

Met weinig worden heb ik met mijn zoon van 11 jaar afgesproken dat ik net doe of ik nauwelijks iets met hem te maken heb. Natuurlijk hou ik alles in de gaten, vooral zijn handel en wandel. Zo is hij één van de twee kinderen waarvan de bagage een tijd lang zoek is. Vervelend maar geen ramp. Toch kan ik het niet nalaten even tegen hem te zeggen dat hij zich geen zorgen moet maken. En dat doet hij ook niet, hij verdwijnt weer het bos in.

’s Avonds ben ik dan eindelijk voor het eerst getuige van het bekende kampvuur dat mijn zoon nu voor de zesde keer meemaakt. Dit is ook tevens zijn laatste keer. Pijnlijk zichtbaar zie ik dat hij moet worden begeleid door een groepjesouder omdat hij nachtblind is en nauwelijks iets ziet in het donker. Na de gezellige en lollige samenzang lopen we terug naar K3. Het lijkt een stuk stiller in de groep. ‘Heeft de helft door dat dit werkelijk de laatste keer is dat ze het kampvuur meemaken?’ denk ik.

‘Mag ik bij u achterop de fiets zitten?’ En voor ik het weet zit er een meisje op de bagagedrager van de fiets die ik even te leen heb. Ze heeft last van haar enkel. Daarbuiten krijg ik alles te horen over haar ouders, een eventuele aanstaande vakantie naar Amerika en China. Het is aardedonker en ik kan nauwelijks haar gezicht zien. Nu nog steeds weet ik niet met wie ik een heel gesprek heb gevoerd.

Op die avond ben ik ook met andere ouders de kinderen van de onderbouw in slaap gaan zingen. Tussen al die geoefende stemmen, heb ik het gevoel dat ook ik best lid kan worden van een koortje. Totdat ik het einde van een canon-nummer mis en geconfronteerd wordt met alleen mijn eigen stem. Ik zie mijn jongste zoon die met zijn beste vriendje in een bedje slaap. Zij slapen wel in de ouderwetse stapelbedden. Het is een magisch moment. Bij alle kinderen zie ik de vertrouwdheid in de ogen, de verwondering en de blijdschap. Met grote ogen kijken ze naar de ouders die veel liedjes zingen en tussen de bedden door lopen, gelijkende prevelende monniken. De adem wordt me even benomen bij het invoelen van dit mooie moment en zangloos sla ik het tafereel gade. En bedenk me dat deze kinderen nog veel 'kampen' zullen gaan meemaken. Bofferds.

De tweede dag zie ik glimpen van mijn jongste zoon, genietend van de spelletjes in het bos en gefascineerd luisterend naar de uitleg van de mogelijke knutselwerken. Hij duikt echt helemaal in het kamp als in een warm, veilig en zeer aangename bad.

Mijn oudste kan ik beter observeren. Zo zie ik gniffelend dat hij ook hier veel moeite heeft met wakker worden. Al snel duikt hij weer de natuur in. Later in de middag zie ik hem genieten bij het vlotten bouwen. Ook al is het oktober, al snel springen een aantal kinderen expres in het water. Het is dan ook prachtig weer. Hij is een waterkind, dus drijfnat komt hij weer aan in K3. ‘Wat een heerlijke middag.’

De avond biedt de hoogtepunten van het kamp. Allereerst is daar de Bonte Avond maar daarna is er voor de bovenbouw de disco in hun eigen slaappaviljoen. Ik bedenk me dat mijn jongste nu in alle onschuld in een tevreden slaap valt, terwijl zijn broer zich verkleed om te gaan dansen en om te gaan slowen en wie weet wat nog meer. Vanzelfsprekend ben ik daarbij niet aanwezig en zou dat ook niet willen.

De laatste ochtend staat in het teken wakker worden, ontbijten en spullen inpakken. Daarna is er nog tijd om vrij te spelen. En daar gaan ze weer, het bos in. Deze vader is dan al redelijk utgeput want hij heeft slechts drie uur geslapen in de afgelopen twee nachten. Ja, ook voor de ouders is het erg gezellig.

Al snel daarna gaat de hele groep naar het eindtoneelstuk. Wij de ouders blijven achter om op te ruimen en schoon te maken. De kakofonie van bovenbouwers is verdwenen. De bagage wacht in alle rust op de bus. Ik ga naar buiten en kijk naar het stuk bos tegenover de barak en de vijver. Gisteren na het vlotten bouwen heb ik daar ook even rondgelopen en gezien waar de paadjes zijn en de hutten die zijn gebouwd en ontdekt. De sporen van de kinderen.

Nog maar een paar minuten geleden, ik zie de bovenbouwers weglopen van hun barak. Mijn zoon torent boven de anderen uit zodat ik het moment goed kan overzien. ‘Loopt hij hier nu weg uit zijn eigen childhood?’ Nooit meer zal hij hier in het bos spelen. Het spel der onschuldigen is over voor hem. Het volgende kamp zal op de Middelbare School zijn, dat is een geheel ander spel. De laatste nevelen lossen op boven het bosvijvertje en ik zie wederom de groep kinderen verdwijnen, op weg naar de rest van hun leven. Achter laten ze de natuurlijke en onschuldige sporen in het bos. Eén van hen laat een geëmotioneerde vader bij de barak achter.

Gelukkig heb ik nog een jongste zoon die nog vier 'kampen' in het verschiet heeft. Die grote gaat straks zijn eigen weg en zo hoort het ook, zo wil ik het ook.

Maar toch ook weer niet.

Dag kleine grote zoon van me.






Reacties

Populaire berichten van deze blog

Founding Fathers and the Dutch origin of Thanksgiving Day

In the 17th century a small group of English refugees set up a small colony in the New World, on the coast of what is now the state of Massachusetts. Preceding this event, these pilgrims later to be called Founding Fathers temporarily find a relative safe haven in the Netherlands, especially in cities Amsterdam and Leiden. The pilgrims play a vital role in the history of the United States and have become a central theme in its cultural identity. Some of their ideas are directly traceable to their stay in the Netherlands and some of them more specifically to the medieval city of Leiden. Many people assume America’s National holiday Thanksgiving Day directly derives form a local Leiden festival.

The refugee story
After the reformation on the mainland of Europe, wherein large groups of Christians, under the spiritual leadership of Martin Luther, turn their back to the many Roman Catholic rituals and doctrines, this movement also starts to get solid ground in England. Although less massi…

Marinevormingen in de bossen

De Koninklijke Marine is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat een groot aantal nationale maritieme taken heeft en zich inzet voor veiligheid op- en vanuit zee. In de jaren 1946 tot 1978 worden marinemannen militair opgeleid op een plek ver van het open water. Voormalige burgers worden omgevormd tot soldaten in het Marine Opleidingskamp Hilversum (MOKH). In de nabij gelegen bossen ondergaan de nieuwe militairen hun Eerste Militaire Vorming (EMV), zoals dat in die dagen heet. In deze landomgeving heersen marineroutines, ware men op zee. Er is zelfs een boot, van beton…
Het kamp Voor een groot deel is het MOKH opgezet door de Duitse bezetter, zij hebben het grootste deel van de gebouwen neergezet. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het complex functioneel door de marine overgenomen. Naast andere opleidingen, vindt hier de militaire vorming voor de nieuwkomers plaats. De meesten van hen arriveren op het station Hollandsche Rading bij Loosdrecht vanwaar zij met een marinebus naar…

De Poort tot de Vloot

In de dorpskern van de gemeente Voorschoten bevindt zich een straat met een in Nederland unieke naam, namelijk, de Koninklijke Marinelaan. Anno 2013 herinnert zich maar weinig in deze doorsnee-straat aan het marineverleden. En dat terwijl voor vele duizenden marinemannen hier hun carrière bij dit onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht begon. Aan deze straat lag namelijk het Marine Opkomstcentrum (MOC). Jongemannen die het avontuur wilde aangaan, werden hier gekeurd.


Het terrein van het voormalige opkomstcentrum wordt in 1939 door het Rijk voor het leger gevorderd, dit in verband met de spanningen aan de oostgrens en de Nederlandse mobilisatie na de inval van nazi-Duitsland in Polen. Nadat Nederland de kortdurende en ongelijke strijd in 1940 tegen Duitsland opgeeft, wordt het terrein overgenomen door het Duitse leger, de Wehrmacht. De bezetters breiden het kamp uit en bouwen naast houten barakken het stenen hoofdgebouw dat dienst doet als keuken en kantine.
Snel na de bevrijding van …